|
|
De coördinaten van de stilte Over de stilte
niets dan goeds. Stilte in de tijd, in de loop der dingen. Op je plaats komen,
de deur in het slot, eindelijk thuis. Stilte is een vorm van ruimte. Stilte is lege ruimte, een open plek in het bos, in het lawaai van alledag, de gedachtestroom die bijna zonder pauze door je hoofd kan gaan. Stilte is níet ingevulde ruimte. Maar stilte heeft net als ruimte contouren nodig, een afgrenzing. Zoals de randen van het vat het pas mogelijk maken dat het vat iets kan bevatten, zo kan de afgrenzing van de stilte deze mogelijk maken. Maar hoe kan de stilte worden afgegrensd van het dagelijkse lawaai, welke contouren zijn nodig, binnen welke coördinaten kan de stilte plaatsvinden? Het antwoord is simpel: door de ordening van de tijd. Door de tijd af te grenzen, de tijd van de activiteit en de tijd van de rust, de stilte. De beleving en invulling van de tijd geeft ons de mogelijkheid in handen om de stilte te leren ervaren. Stilte kun je vinden in een ruimte waar het stil is, waar het lawaai van buiten niet doordringt. Dat kan een voorwaarde zijn om kennis te maken met de stilte: deze ruimte opzoeken, tijd vrijmaken om in een stilteruimte te verblijven. Maar daarnaast kan echte stilte pas ontstaan in jezelf. De ruimte is hoogstens voorwaarde of kan dit proces van stil worden in jezelf bevorderen. Maar wat is dit dan: "stil worden in jezelf"? Is er een knop die aan en uit kan worden gezet, geluid en gedachten aan of uit? En wat is het afdalen in jezelf dat zo vaak wordt genoemd en beschreven op momenten van stilte? Waarin daal je dan af en wat tref je aan? Ook wordt wel eens gezegd als je stil wordt van binnen, komt er plaats vrij voor God, kun je God in jezelf ontmoeten. Maar wat is dit dan en is dit voor iedereen ervaarbaar? Vragen, vragen. Misschien moet je allereerst proberen los te laten. Los laten dat deze vragen op de een of andere wijze rationeel te begrijpen zijn en dus het antwoord te verkrijgen is via het verstand, via nadenken hierover. Maak je geen zorgen, laat maar gebeuren, ook als je niet weet waar je uitkomt, waar stilte je kan brengen
Tijdens een wel gekozen moment van rust, van stil worden, kunnen allerlei gedachten je plagen, laat ze maar, ze zijn niet belangrijk. Hoe meer aandacht je eraan besteed hoe zwaarder ze wegen, hoe harder je probeert ze weg te duwen hoe meer ze zich opdringen. Laat ze boven komen, ze drijven vanzelf af op de stroom en tenslotte heb je er geen last meer van. Ze zijn als een rivier die nooit hetzelfde is, maar jij zit aan de oever en ziet ze als bladeren voorbijdrijven. Wat blijft er over als de gedachten weg zijn gedreven? Niets. Leegte, een onbestemd gevoel, rust. Maar lukt dit wel? Bereik je deze toestand? Blijf je niet veel eerder het gevoel houden dat je langs de stroom zit en kijkt, ervaart, weet hebt van wat er langs komt zonder dat je het echt los kunt laten. Dát kan, en zal meestal ook het geval zijn. Stilte is géén doel, níet iets om te bereiken, waar een uitgestippelde weg je toe kan leiden. Stilte overkomt je, overvalt je, het is een stuk genade, dat wil zeggen het is een geschenk van buiten, zonder dat je er veel invloed op uit kunt oefenen. Laat het maar gebeuren als je langs het water van je gedachten zit. Wie weet komt het zomaar vanzelf. Wat je echter wel kunt beïnvloeden, wat je in de hand hebt en wat de voorwaarde vormt om langs het water te gaan zitten, is het feit dat je wel bewust tijd moet maken, ruimte moet scheppen in je leven om te gaan zitten. Zonder dit laatste blijf je rennen en voortjagen, hol je jezelf voorbij en werk je en zet je jezelf in voor van alles en nog wat, maar wat is het resultaat? Nog meer druk, nog meer doelen, nog meer proberen te bereiken in nog kortere tijd. Stilte is een bewuste pas op de plaats. En keuze voor creatief niets doen. Creatief omdat het scheppend is, het niets doen maakt van alles mogelijk. Wat je niet voor mogelijk had gehouden kan opeens helder voor je geest staan. Een beslissing waar je lang over in zat kan opeens helder zijn. Maar ook hier gaat het niet om creativiteit. Het scheppende, waar je in je dagelijks leven veel profijt van kunt hebben is een gevolg van de stilte, een mogelijk resultaat. Maar net zo min als de stilte een doel op zichzelf is, is het resultaat van de stilte dat. Stilte is inhouden, wachten, diep van binnen weten, dat het hollen en jagen je niet verder brengt. Stilte is je leven ordenen, ruimte vrij maken om niets te doen, niets te willen, niets te hoeven. Dat hoeft geen hele dag, een moment op de dag, of meerdere momenten zoals in een klooster, kan genoeg zijn. In een abdij is het leven geordend door de zeven gebedsmomenten, zeven keer per dag stil staan bij jezelf, bij je relatie met de anderen, bij je relatie met God en bij de vraag hoe je God kunt dienen en hoe je zinvol leven kunt. Het antwoord luidt door gebed, door werken en door studie. Deze drieslag, waarbij het gebedsmoment en daarbij de ingepaste stilte het coördinatenstelsel vormt, is een geheel van actieve en passieve levensmomenten. Passief in de zin van niet werken, niet zorgen, niet actief iets ter hand nemen omdat het nodig is. Bidden als passief moment. Het zingen van psalmen, en inhouden tussen de woorden, het mediteren op de tekst, het stil zijn na het gezongen gebed. Het onderscheid passief actief is niet echt geschikt om het moment van stilte te omschrijven. Stilte is een vorm van leegte die zich aan dit onderscheid onttrekt. Het is de ruimte tussen de letters, tussen de woorden, het ontbreken van de inhoud, de vulling. Stilte is een niets, maar niets is niet omschrijfbaar, niet definieerbaar want de taal heeft er geen begrippenkader voor. Je kunt hoogstens aangeven wat het allemaal niet is, en niet wat het wel is. Het niets, de stilte is daarom een paradox, een complexe werkelijkheid van het niet er zijn en toch onontbeerlijk zijn opdat de dingen er kunnen zijn. Zoals de letters en de woorden pas zichtbaar worden omdat er ruimte, omdat er niets tussen zit, zo ook met de stilte, de leegte en het zijn der dingen. Stilte in die zin opgevat als ruimtelijke metafoor heeft ook zijn beperkingen, want wat is stilte in de orde van de tijd? Vooral als we de tijd niet lineair proberen voor te stellen, als tijdsruimte die volgt na elkaar, of als weg die doorlopen wordt. Stilte in de tijd onderbreekt dit lineaire karakter van de tijd. Er is even niets, geen voortgang, geen achteruitgang maar een breuk. De ruimte die er opeens even niet is. Misschien is de eeuwigheid wel zo een vorm van stilte, en omgeeft de eeuwigheid ons dagelijks bestaan zoals het niets, de leegte ons omgeeft. Eeuwigheid in het ogenblik, in het hier en nu van dit moment, een oogopslag als het ware. Maar we weten allemaal dat dit hier en nu net als de eeuwigheid onbereikbaar is, niet te vatten met ons verstand, hoe dan ook niet is vast te houden met welke middelen dan ook. En toch is ons leven een aaneenschakeling van ogenblikken, ogenblikken met eeuwigheidswaarde. Uniciteit, onherhaalbaarheid, worden, het zijn categorieën die niet meer met begrippen nader te omschrijven zijn, dan met hetgeen we in huis hebben aan taal. Maar dat geldt voor alle beschrijvingen van de werkelijkheid. Onze woorden, onze begrippen vallen niet gelijk met de dingen die ze beschrijven. Onze woorden, onze taal verwijst, geeft betekenis in dit proces van voortdurende verwijzing, een constante semiose, betekenisgeving. Voor de omschrijving van de stilte betekent dit dat stilte niet beschrijfbaar is alsof we zo er achter kunnen komen wat we in huis hebben. Maar is stilte dan wel echt ervaarbaar? Is het niet eerder een illusie die wij najagen? Een fictie, een mooi verlangen maar onbereikbaar? Er zijn getuigen, mensen die zeggen dat het wel kan, dat ze de stilte hebben ervaren en niet alleen de stilte maar ook iets van de goddelijke werkelijkheid die in deze stilte kan spreken. We hebben hun getuigenis, hun ervaringen in woorden gegoten die niet kunnen uitdrukken wat ze hebben ervaren. Hun taal is bij benadering, net als onze taal als we de liefde stem willen geven of het gevoel van eenzaamheid. We kunnen deze getuigenissen wantrouwen of hen vertrouwen, dat wil zeggen geloof, schenken. Een andere keuze hebben we niet. En we kunnen proberen te trachten om hetzelfde maar dan anders, te ervaren in ons eigen leven. Maar ook hier geldt weer: niets is manipuleerbaar, of op herhaling ervaarbaar. Het blijft een geschenk, zo je wilt een geschenk uit de hemel. Zelf zul je de eerste stap moeten zetten, een stap om stil te worden, ruimte scheppen, een pas op de plaats. Dat kan elk moment, elke dag, elk moment van je leven. Wat zou je tegen kunnen houden, je hebt niets te verliezen. Stilte neemt je niets af, ze kan enkel geven. John Hacking
Innerlijke rust
Gott bedarf nichts weiter, als dass man ihm ein ruhiges Herz schenke.
Meister Eckhardt
In de winkel is het niet te koop. Bij marktplaats.nl wordt het niet aangeboden: een rustig hart. Een hart dat niet onrustig is, niet heen en weer wordt geslingerd door allerlei gedachten en verlangens. Het lijkt zo vanzelfsprekend, alsof we weten wat dat is: rust, rust van binnen, een innerlijke krachtbron die zich niet van zijn stuk laat brengen. Een bodem om op te rusten, een houvast in moeilijke tijden. Maar wat is een rustig hart eigenlijk? Wanneer is het rustig en wanneer onrustig? Kun je het beïnvloeden dat het rustig wordt als het dat níet is? Vragen die een mens als het ware al onrustig kunnen maken. Want zo werken vragen: zij boren gaatjes in de bodem van je bestaan. In het begin zijn ze misschien klein, maar ze kunnen uitgroeien tot grote gaten, afhankelijk van hoeveel gewicht je eraan gaat hangen. Vooral als de vragen vergezeld gaan van conclusies, van oordelen, van meningen, ideeën die langzaam in je hoofd gestalte aannemen, vast worden, muurvast soms . Dan krijgen die vragen iets onheilspellends, iets definitiefs omdat een mogelijk antwoord dat de boel vastzet, sluimert op de achtergrond. Eigenlijk zijn het geen vragen maar twijfels die hier hun vernietigend werk doen. Twijfels verkleed als vragen. Twijfels die beetje bij beetje bezit van je nemen en je de laatste restjes hoop afnemen. Hoop op verbetering, op uitzicht, op een ander antwoord. Een antwoord dat beter bij je past, dat beter aanvoelt omdat het aan je gevoel beantwoordt. Vragen zijn niet verkeerd, ze kunnen je de weg wijzen, je scherper, kritischer doen luisteren, maar twijfels ontnemen je soms de adem omdat ze in het ergste geval geen ruimte overlaten voor een alternatief. Maar wat zijn twijfels vermomd als vragen? Wat zijn twijfels en hoe kan het dat je er door overmand kan worden? Hoe kunnen twijfels zo sterk zijn dat je als het ware erdoor gevangen wordt gezet? Is het angst die de twijfel voedt en sterk maakt? Maar waar ben je dan bang voor, wat voedt jouw angst? Is er soms een keer iets verkeerd gegaan en denk je nu dat het weer zal gebeuren? Maar waarom zou het weer gebeuren? Dat hoeft tot niet. Daar is toch geen innerlijke noodzaak voor! Het zijn steeds gedachten, ideeën in je hoofd, voorstellingen die je leven richting geven. Zij vormen als het ware het kader, de omlijsting voor je ervaringen. Soms als je echt goed kijkt en luistert zie je ook iets anders, hoor je andere dingen dan de dingen die je al kent vanuit je hoofd. De betekenissen die vertrouwd zijn kunnen dan veranderen, ze kunnen zich aanpassen, ze kunnen een nieuwe gestalte aannemen die meer past bij de situatie. Bijvoorbeeld als je opeens nieuwe mogelijkheden ontdekt, iets wat je al lang met je meedroeg maar waar je eigenlijk nooit bij stil hebt gestaan, een verborgen talent. Of een andere kijk op je leven, nieuwe kansen omdat je een andere weg durft in te slaan, een andere keuze durft te maken. Je ontmoet nieuwe mensen die een beroep op je doen wat tot nu toe nog nooit gebeurd is. Ze vragen iets van je of geven iets aan je wat nieuw is, onbekend. Opeens ontdek je dat je dat ook kunt, dat je meer in je mars hebt dan je zou vermoeden. Alleen tot nu toe was het onzichtbaar, onbekend, nog niet geboren. Vrijheid en ruimte zijn eigenlijk grootheden die net als twijfel en angst gevoed kunnen worden door ervaringen en door beslissingen. Als je besluit om niet meer bang te zijn of om niet meer te twijfelen werkt dat níet meteen. Maar je kunt er wel aan werken om de oorzaken van angst en twijfel aan te pakken. Waar komen ze vandaan en hoe houd ik ze zelf in stand? Zo is het ook met vrijheid en ruimte. Als je besluit gebruik te maken van de mogelijkheden die je in je draagt ben je niet meteen vrij. Maar stapje voor stapje ontdek je dat je veel meer in huis hebt dan je oorspronkelijk dacht. Hoe meer je invult vanuit die verworven vrijheid, hoe meer ruimte er ontstaat voor wat je wilt en wat bij je past. Je draagt het allemaal bij je: de ruimte om je te ontplooien en de ruimte waarin je jezelf gevangen kunt zetten. Maar het is niet enkel een kwestie van simpel kiezen uit een van de twee. Dat kiezen gebeurt eigenlijk op een dieper niveau. Dat is existentieel. Het betreft je existentie. Het heeft met betekenissen te maken die je zelf geeft, maar ook met betekenissen die je ontvangt, gratuit, helemaal gratis, zonder dat er iets moet. Zonder dat je daarvoor een prijs moet betalen. Het zijn uiteindelijk de betekenissen die je ontvangt, die je leven richting kunnen geven zodat het ook duurzaam aanvoelt. “Mijn hart is onrustig totdat het rust vindt in U (God)”, schreef Augustinus. Dat laatste had hij zelf niet in de hand. Dat was een cadeau, een geschenk dat van buiten kwam. Zoals je liefde ontvangt van je ouders, van mensen die van je houden, omdat jij het bent, niet omdat je zo’n mooie neus hebt, of een of ander talent, maar gewoon omdat jij het bent, zo kun je ook waardering ontvangen van mensen om je heen. Of het kan gebeuren dat je overweldigd wordt door een gevoel van dankbaarheid, door de schoonheid van de natuur, een kunstwerk, eigenlijk zomaar een onverwacht cadeau. Op dat niveau speelt het zich af: dat ontvangen van betekenissen. Je kunt het niet manipuleren, je kunt het niet forceren via meditatie, technieken en andere methodes. Net zoals je liefde niet kunt dwingen en vrijheid niet opleggen. Het moet van binnen uit, helemaal zonder bijbedoelingen, zonder winstbejag, zonder nut, zonder vooropgezet plan. Het is ook geen kwestie van moeten, maar van ontvangen. Geen kwestie van dwang maar van openstaan. Precies dat laatste heb je weer zelf in de hand: je kunt openstaan. Je kunt ruimte maken. Je kunt even tegen je twijfels zeggen: “even stil nou, koest, ga liggen, even wachten, even een pas op de plaats”. Je kunt tegen je onrustig hart zeggen: “even vakantie, even een adempauze, even diep doorademen en gaan wandelen langs het strand, in het bos, de gedachten laten waaien, wegwaaien…” Of je gemoed luchten, je angsten de vrije baan geven in een gesprek, met een vriend, vriendin, even ruimte maken in jezelf zodat je angst niet van binnen blijft woeden en razen. Angst, twijfel, moet je naar buiten gooien, niet opkroppen. Niet in jezelf gevangen zetten door het in te slikken want dan gaat de storm binnen in je verder. En dat maakt de gevangenis die je daarmee bouwt alleen maar beklemmender. Alleen als je leeg bent van binnen, komt er ruimte vrij voor iets anders. Rust vinden in God, zoals Augustinus schreef heeft hiermee te maken. God is er al, daar hoef je niets aan te doen. Wat je in de weg zit om dit te kunnen ervaren ben je meestal zelf. Vasten, mediteren, zelfkastijding, dat helpt je allemaal niks zegt Meister Eckhart, daarmee kom je niet dichter bij God. Een rustig hart, dat is de oplossing, de weg ernaar toe. En dat hart kun je schenken volgens deze meester. Je kunt je hart zelf rustig laten worden door alle overbodige ballast overboord te gooien. Je concentreren op wat echt van waarde is, wat echt belangrijk is voor je leven. Veel is “fuss”, commotie om niets, dus volslagen overbodig. Daar verlies je niets aan als je daar niet mee bezig bent. Hoe je dat weet? Probeer het maar uit, je weet heus wel wat echt voor jou belangrijk is, wat je goed doet en wat niet. De rest kun je los laten. Je zult er geen spijt van krijgen. John Hacking
|
|
canandanann 25-12-07
|