|
|
De
rivier
De rivier is gemaakt van dromen - een droefgeestig spel - kolken
soms rustig, soms fel herschept ons opnieuw in stromen - wonderbaarlijk en aardevast laten oevers toe als hun gast - gedachten waarin wij onszelf kronen. Mijn ziel is, als ware bevrijden - akkoorden dreunen in stilte – geklonken in golvende zilte geen hand kan haar ontwijden - vloeiend en in heerlijkheid schittert glans in eeuwigheid – licht waarin wij onszelf belijden. Stenen gemaakt van water - hulpeloos in hun almacht – verwachten de redder zacht zetten ons op het spoor van later - geduldig en met overmoed wacht innerlijk een nieuwe gloed - kracht waarin wij ons zien als mater.
Horizonten tekenen, ruimte maken voor het leven Horizonten openen ruimtes voor het leven. De fundamentele ervaring van de overgang van een binnenruimte naar een buitenruimte, die een kind bij de geboorte doormaakt, is hem ingeprent voor de rest van zijn leven: steeds weer wacht een 'buiten'; nieuwe horizonten, in ruimte en tijd, horizonten van denken en voelen; steeds weer moet je opnieuw geboren worden en een hele wereld voor je ontsluiten. Horizonten maken het leven mogelijk, maar begrenzen het ook; daarin bestaat hun tweeledige karakter. Het Griekse woord horizon zelf betekent 'grenslijn'; en het trekken van deze grenslijn, het aanbrengen van de horizon is de activiteit die met horizein wordt aangeduid: iets bepalen en vastleggen, een beslissing nemen, maar ook een begrip definiëren. Het gaat om een activiteit van grondvesten, waardoor een domein wordt afgebakend waarbinnen zich iets kan ontwikkelen, en waarbuiten zich iets anders, onbepaalds, bevindt. Boven grenzen uitstijgend verwijst de horizon naar de mogelijke ervaring van grenzeloosheid, maar het lijkt moeilijk daarin werkelijk te leven: begrenzingen zijn onmisbaar om het leven in te richten en vorm te geven: vandaar dat men probeert grenzen te ontdekken, in de moderniteit noodzakelijkerwijs aan de hand van experimenten, omdat bijna geen grens meer dwingend cultureel gegeven is. Voor de levenskunst is het tot stand brengen van een horizon een bewuste daad: net zoals bij de artistieke daad van het schilderen, wordt de horizon aangebracht of slechts aangeduid, en tegen die achtergrond kan het leven zich dan afspelen. Een enkele keuze kan de horizon van het leven openen of sluiten. Horizonten kunnen van
visuele.of imaginaire aard zijn. De horizon van de onmiddellijke omgeving van
een plek wordt visueel ervaren, vooral die van een plein dat door gebouwen en
bomen wordt omgeven en daarmee is gedefinieerd, zodat individuen zich in die
begrensde ruimte prettig kunnen voelen, zonder daarvan de voorwaarden te kennen.
Imaginair is de horizon als denkpatroon dat andere dingen ondenkbaar doet
lijken, als een betekeniskader dat andere betekenissen uitsluit, maar omwille
van de 'verruiming' van die horizon toch voor het andere blijft openstaan.
Naargelang het ik duidelijkheid krijgt over deze samenhangen, kan de horizon
worden gevormd om de ruimtes te vinden waarin het zich kan bewegen:
zintuiglijke, structurele, en virtuele ruimtes. Onder zintuiglijke ruimtes
vallen onder andere die van de natuur, de cultuur, of de architectuur; reeds
aanwezige, of te vormen ruimtes, van biotopen tot biosferen, van de intieme
vertrouwdheid met een plaats, een kamer of een huis, een straat of een stad, een
streek of een land, tot aan de aantrekkingskracht van de grenzeloze vertes, met
al hun vrijheid en verlorenheid. Structurele ruimtes zijn ruimtes die door een
onzichtbare hand geopend en gesloten worden: meestal verborgen, bijna nooit
openlijk gedefinieerde ruimtes van het mogelijke en onmogelijke, gecreëerd door
de ecologische structuren van de natuur, de economische structuren van het geld,
de sociale structuren van het samenleven, de hermeneutische structuren van
betekenis, maar vooral door machtsstructuren.
Om structurele ruimtes te kennen heeft het ik kennis en intuïtie nodig; de
verandering van deze structuren is mogelijk, maar dat kost tijd en kracht, en
vereist misschien meer dan één ik. Virtueel zijn de ruimtes van het dromen en
wensen, van het aanvoelen en de fantasie, maar ook de ruimtes van de technologie
en media die geen reële uitbreiding hebben. Het is essentieel voor het leven om
horizonten vol mogelijkheden te ontsluiten, en daarin die ene horizon te vinden,
waarbinnen het ik zich kan ontplooien, zonder inbreuk te plegen op de horizon
van anderen. De wereldoriëntatie van het
ik in een levenskunst bestaat erin dat het zich in de meest uiteenlopende door
horizonten ontsloten ruimtes leert bewegen. De visuele en imaginaire,
zintuiglijke, structurele en virtuele horizonten vormen het raamwerk waarbinnen
het zijn leven kan inrichten: alles krijgt nabijheid, verte, en verhouding
binnen dit raamwerk; zo ontstaat het landschap van het leven. De horizon kan
vernauwd of verruimd worden: een vernauwing reduceert de complexiteit, en dat
gebeurt door een individuele keuze, waarbij je voor 'een ding' kiest en veel
andere laat; zo kun je het leven eenvoudig inrichten, waardoor het gevoel van
geborgenheid ontstaat, dat echter steeds bedreigd wordt door ervaringen van het
andere. De ruime horizon kan veel meer complexiteit omvatten en een buitengewone
rijkdom aan leven in zich opnemen; in het leven van het individu kan dat
gebeuren door reële of virtuele reizen, of door een overvloed aan ontmoetingen
met andere mensen en culturen, wat echter gepaard kan gaan met een verlies aan
oriëntering in het woud van de eisen die het leven van alledag stelt. Het leven
behoeft zintuiglijk ervaarbare nauwe ruimtes, waarin het zich kan vinden, en een
aantal uitgestrekte ruimtes, waarin het zich kan verliezen. Voor het alledaagse
leven volstaan de nauwe horizonten, waarachter weer ruimere horizonten ontsloten
kunnen worden. Zo draagt het ik zorg voor leefbaarheid, en zo zorgt het er ook
voor, dat het zich niet binnen een enge horizon opsluit, die geen transcendentie
zou toestaan. Als het er voor het ik op
aankomt zichzelf niet voortijdig te begrenzen, is het van belang dat elke
horizon niet alleen een begrenzing, maar tegelijkertijd ook een opening naar het
andere is. De verste horizon van zijn leven is hoe dan ook de grens van de dood,
die in de loop van het leven steeds meer zichtbaar wordt. Wanneer de temporele
horizon steeds smaller wordt en zelfs op het punt staat te verdwijnen, dan kijkt
het ik steeds vaker om: als het opgroeiende ik het landschap van zijn leven ooit
in onduidelijke contouren en door nevelen omhuld zag, waarin iedere weg zich in
duisternis oploste –een beangstigend onzekere, en toch fascinerend open
situatie -, dan ziet het ouder wordende ik het landschap van zijn leven
duidelijk afgetekend achter zich, en herkent het de wegen die deels met, deels
zonder zijn toedoen gebaand werden en die hij met vele duizenden schreden heeft
afgelegd. Het ik verbaast zich erover hoe al die wegen, die het aanvankelijk
slechts kon vermoeden, met alle veelvuldig vertakte om- en dwaalwegen, die pas
in de loop van de tijd opdoemden, uiteindelijk toch een bepaalde richting
kregen. Nu pas, vanaf de rand van het leven, is te zien waarheen ze voerden. En
toch geldt ook voor deze horizon dat, hoewel hij naar binnen toe een begrenzing
vormt, hij naar buiten toe een nieuwe opening wordt. Opnieuw wordt het
onvoorstelbare ervaren: dat namelijk de weg aan de horizon verdergaat. De blik
wordt daarom niet alleen naar achteren gericht, maar ook naar voren -en stijgt
boven het leven uit: dit wordt de kenmerkende ervaring van het ouder worden.
Armando: Seestück |
|
canandanann 25-12-07
|