|
|
|
R. Pannikar, Een pelgrimstocht naar Kailasa en Manasasaras (Tibet) uit
Concilium 1996/4 Veel
pelgrimstochten zijn gevaarlijk, maar deze is bijzonder riskant. Je zet je leven
op het spel, je volgt een weg zonder mogelijkheid van terugkeer. Moderne
reddingsmiddelen zijn niet beschikbaar, noch de traditionele, aangezien de lange
weg van de pelgrimstocht vanuit Kathmandoe, Kodari, Nyalam enzovoorts praktisch
geen pelgrims heeft. Men is alleen en kan als het hart verzwakt niet ontsnappen
aan de dood. Men moet er klaar voor zijn om de geschiedenis te verlaten en
afscheid te nemen van de tijd. Het
subjectieve aspect van deze ervaring is dat men ertoe bereid moet zijn, zijn
leven te wagen - vooral als men niet jong meer is en niet getraind in
voettochten op grote hoogte. Men komt herhaaldelijk dicht bij 6000 meter. Men
moge theoretisch klaar en voorbereid zijn, maar als de actuele ervaring komt,
verdwijnt de paraatheid en helpt de oorspronkelijke dapperheid niet. De dood is
geen intellectuele aangelegenheid. Het is gewoon ophouden met leven - althans op
deze plaats en in dit llchaam. Woorden en gedachten helpen niet. Je bent
gewoon tussen zijn en niet-zijn. De dood is niet in je. Je voelt je niet ziek.
Er is geen plek waar je heen kunt om beter te ademen. De dood is overal om je
heen. Jezelf vermannen vanuit je slaapzak helpt niet. Het is de omringend sfeer
die jou vav alle kanten lijkt te omarmen met de armen van de dood. Het is niet
een dreiging. Het is een omarming die vreedzaam doodt - hoewel met dat
ditmaal bespaard is gebleven. Tijdens
de nacht overheerst het subjectieve bewustzijn, maar overdag is het objectieve
bewustzijn overweldigend. Uren en dagen lang is het landschap tijdloos en buiten
de geschiedenis. Alle menselijke bezorgdheden met betrekking tot tijdelijkheid
verdwijnen. Menselijke geschiedenis, persoonlijk en collectief, zinkt weg in
onbeduidendheid. De immense dalen, de verre toppen, het gebrek aan bomen, de
rotsen en rivieren, dat alles bestaat zonder geschiedenis. Ze komen niet voort
uit een oorsprong en gaan niet naar een eschaton: ze zijn er gewoon. In onze moderne tijd wordt het meeste van het menselijk bestaan geleefd in de rivierbedding van de geschiedenis. De meeste van onze handelingen zijn doelgericht en onze levens zijn eschatologisch geconditioneerd. We schijnen te leven voor de toekomst en handelen met het oog op een doel dat op tijd bereikt moet worden. De dood jaagt angst aan, omdat hij al onze plannen verstoort en onze dromen onderbreekt. We leven pro-jeterend en geloven dat we in de geschledenis ergens heen gaan. Dit alles verdwijnt in de hoogvlakten van Tibet. Niet dat de geschiedenis stilstaat. De geschiedenis is er gewoon niet. Leven is van het heden. Als je het leven ten volle moet leven, moet je het vandaag leven, zonder te wachten op morgen, zonder energie op te sparen voor de toekomst. De overweldigende aanwezigheid is die van de aarde. Ze is daar met de maan, de zon, en daar zijn de sterren die soepel en zonder haast ronddraaien. De pelgrim gaat 'daar' gewoon om daar te gaan, gewoon nergens om - en als iemand het geheime verlangen heeft naar verdiensten, is hij spoedig teleurgesteld. De pelgrim onderbreekt alle 'klusjes' en 'belangrijke' activiteiten van zijn eigen leven en is er zelfs niet zeker van dat hij na de reis in staat zal zijn ze weer op te nemen. Maar
de ervaring dat het een reis is zonder terugkeer, overdondert je en laat je
ontdekken dat al je historische prestaties onbelangrijk zijn. Historisch besef
is een van de voornaamste factoren van de menselijke wanhoop van heden. Alleen
een kleine minderheid van onze concurrerende samenleving heeft 'het gemaakt'.
Slechts enkelen worden directeur, generaal, topfiguren, wereldberoemde
artiesten, sportmensen, gelukkig gehuwd, economisch zonder zorgen, of zelfs
heiligen of geestelijk volgroelde personen. Je moet er tevreden mee zijn tweede
viool of helemaal geen viool te spelen, en kunt misschien troost zoeken in een
toekomstige hemel, of karma of zoiets - wat neerkomt op verlenging van de mythe
van de geschiedenis als het linnen van de werkelijkheid. Als je je realiseert
dat elke stap de laatste kan zijn, besef je dat elke stap definitief is. Het is
niet de laatste omdat de volgende stap moeilijker is Je klimt niet zo dat de
volgende opdoemt als gevaarlijker of onmogelijk. De volgende stap is praktisch
gelijk aan de voorafgaande. Mensenleven is de ene stap na de andere en geen
ervan is een goden-tred, maar een gewone. Elk 'normaal', 'triviaal' ogenblik zou
ons laatste kunnen zijn. Wat dan met ons leven? Frustratie, omdat we het niet
gehaald hebben? Droefheid, omdat we het verleden verspild hebben? Of
gewoon de ervaring dat op elk moment van de weg heel ons leven aanwezig is?
Paradoxaal genoeg, helpt de pelgrimstocht ons ons te realiseren dat de weg
nergens heen gaat, nergens is, dat elke stap de vervulling is van de
bestemming. Het is geen toerisme. Het is de eerste stap die telt. En elke stap
is de eerste - en de laatste. Soms
hebben we de neiging ons te verbeelden dat het gemakkelijker is de nieuwheid van
de eerste stap te voelen dan de definitiviteit van elke stap. Ik zou durven
zeggen dat er geen echte eerste stap is, als hij niet tegelijk de laatste is.
Anders is elke stap gewoon de voortzetting van een vorige - niet echt de eerste.
We gaan beseffen dat hij de eerste is als het tot ons bewustzijn doordringt dat
hij de laatste zou kunnen zijn - en in zekere zin ook is. Er zijn vele gewijde
plaatsen in de wereld, vele heilige bedevaartplaats- sen. De gewijdheid van
Kailasa en Manasasaras helpt ons te beseffen dat elke gewijde plaats uniek is.
Maar hun gewijde karakter is niet een beperkte plaats. Het is de lege ruimte die
haar gewijdheid manifesteert, haar definitieve werkelijkheid. Het wonder van de
pelgrimstocht is dat de lege ruimte zichtbaar wordt, of liever transparant: de
leegte is gevuld met puur licht, de ruimte is vol leegheid. Kailasa is niet de
grens, maar het middelpunt.
Deze
lege ruimte is evenwel gevuld met een andere werkelijkheid. Ze is gevuld met
mens. 'De pelgrim vult die ruimte. Het is een menselijke ruimte; de ruimte die
het de mens mogelijk maakt vrij te zijn zich te bewegen uit het dwangbuis van de
geschiedenis. Mens en natuur horen bij elkaar; de schakel is de ruimte. Het is
niet zo dat de mens in de ruimte is als in een doos. Zo'n doos is er niet.
Er zijn vlakten, bergen en dalen. passen, rivieren, gras, rotsen, dieren en
mensen... Alle
horen ze bij elkaar en ruimte verenigt hen allen. De mens is een historisch
wezen, maar niet uitsluitend, de mens is ook een kosmisch wezen. Ons lot is
gekoppeld aan het lot van de aarde. Kailasa is een symbool voor de kosmische
aard van de mens. Kailasa is lmposant maar niet bedreigend. De top ervan is als
een koepel pel of een weelderige vrouwenborst: rond, zacht, wit, aantrekkelijk,
uitnodigend, verleidelijk. Open voor het zien maar niet voor aanraking.
Schoonheid zou het woord kunnen zijn om het allemaal samen te vatten. Ze roept
op tot bewondering, eerbied en ontzag. Gewijde ruimte is een kosmische
grootheid. Zelfs de christelijke Schrift spreekt over de 'nieuwe hemel en de
nieuwe aarde' en niet alleen over de 'nieuwe mens'. Diep
binnen in ons is het besef van een onsterfelijkheid die niet het privé-bezit
van ons lichaam of van onze ziel is, maar de gave van de Geest, de ware
geestkracht, niet alleen in ons maar ook in de kern van elk zijnde. Vaak is
gezegd dat we de goddelijke vriendschap niet kunnen genieten, als we onze
medemensen niet beminnen. Vaak is vergeten dat ook kosmische koinonia (wonen in
eenheid met) vereist is voor onze vereniging. Vervreemding van de aarde brengt menselijke vervreemding met zich mee. Kailasa is een uiterste pelgrimstocht, een gaan tot de grens. Je bereikt Kailasa niet, je klimt niet naar de top, je wandelt eromheen, je voltrekt de weg, je doet de rondwandeling. Als iets uiterst is deze pelgrimstocht onuitsprekelijk. Ze is niet onbeschrijflijk bij gebrek aan woorden. Ze is onzegbaar, doordat de ervaring ervan de logos transcendeert. De uiterste pelgrimstocht behoort tot de geest, tot de andere kust van de rede. Het is een manier om te zeggen dat ze de geest niet gevangen zet. We zijn op een terrein dat vrij is van logische noodzakelijkheid, niet omdat het de geest te boven gaat, maar omdat het erbuiten is. Uiterst betekent dat het een pelgrimstocht is zonder terugkeer. Als je ooit terugkomt is dat puur genade, is het een nieuw zijnde.
|
|
canandanann 25-12-07
|