beeld
Start licht

 

                

      Rodin fugit amor


 

   

Picasso


JOODSE KUNST EN BEELDVERBOD (FRAGMENT)

Joodse kunst is kunst waarin de Joodse traditie en cultuur op herkenbare wijze doorwerkt en waaruit blijkt dat de maker zich emotioneel betrokken voelt bij de geschiedenis van het Joodse volk. Voor sommigen zal deze definitie te eng zijn, voor anderen te ruim. Vanuit traditioneel Joods standpunt is het scheppen van kunst een religieuze handeling. Als beeld van God bezit de mens de taak de Schepper in Zijn creatieve vermogens na te volgen. Deze taak kunnen wij in het bijzonder vervullen in de hoedanigheid van kunstenaar. Vervult elke kunstenaar deze religieuze opdracht of heeft ook niet-religieuze kunst recht van bestaan? Het antwoord op deze vraag is zowel bevestigend als ontkennend. Kunstenaarschap bevat, vanuit de Joodse traditie geoordeeld, altijd een kern van religieuze ervaring. Dit geldt zelfs wanneer iemand 'niet-religieuze onderwerpen' kiest om uit te beelden. Volgens het joodse traditionele wereldbeeld is de gehele wereld van Gods aanwezigheid doortrokken.
Elke zaak en elke gebeurtenis heeft te maken met de dialoog tussen God en mens. Zelfs wanneer wij Gods aanwezigheid niet ervaren, is dit geen eenvoudige constatering. De ervaring van Gods afwezigheid wekt bij de mens vragen die hem ten diepste raken. Zo ontkende Job niet Gods bestaan als een logische gevolgtrekking uit wat hem overkwam, maar zag hij zich geconfronteerd met de onbegrijpelijke samenhang tussen Gods rechtvaardigheid en de catastrofale wending in zijn leven. Job stelde niet de vrijblijvende vraag: bestaat er wel een God? Hij worstelde met de onoverkomelijke vraag: hoe kan een rechtvaardig God Zijn wereld in de steek laten? Al wat bestaat en gebeurt heeft voor een gelovige Jood een religieuze dimensie. We kunnen het niet scherper zeggen dan Elie Wiesel, die opmerkte dat je als Jood met of tegen God kan leven, maar nooit zonder God. Een Jood kan als Abraham wandelen met God of hij kan zich in vertwijfeling en protest tegen God keren, maar hij kan niet in onverschilligheid leven zonder God. In Joodse kunst nemen daarom zowel de vreugde van het vertrouwen als het verdriet van de vertwijfeling een belangrijke plaats in. Kunst moet hoe dan ook blijk geven van menselijke betrokkenheid. Protest en vertwijfeling zijn even legitieme uitingen als geloof en vertrouwen. Onverschilligheid is daarentegen in strijd met het wezen van alle kunst. Kunst die alleen maar mooi wil zijn en ons noch levensvragen stelt noch antwoorden wil aanreiken, heeft geen recht van bestaan.

Kunst en het geheim achter de werkelijkheid

Vooral in de Joodse mystiek leeft het bewustzijn van Gods alles doordringende aanwezigheid en de religieuze betekenis van al wat bestaat. Joodse mystiek is sinds de zestiende eeuw sterk beïnvloed door de denkbeelden van Jitschaq Loeria (1534-1572). Volgens deze mysticus is de gehele zichtbare wereld als het ware een punt binnen God, waaruit Hij Zich heeft teruggetrokken om een plekje vrij te maken voor het ontstaan van de schepping. Alleen dit 'minieme plekje in God', dat overigens onze totale werkelijkheid uitmaakt, valt niet geheel met Hem samen. Alleen de mens bezit een zekere zelfstandigheid tegenover Zijn schepper.
Het Joodse woord voor wereld, 'Olam', omvat een woordstam die 'verbergen' betekent. Het is eigen aan de wereld dat God zich daaruit in zekere mate teruggetrokken heeft. Ook Gods afwezigheid krijgt daarmee een religieuze betekenis. De aardse mens valt niet geheel met God samen. Hij is geen marionet maar een verantwoordelijk wezen, vrij om te kiezen tussen goed en kwaad. Zoals een vader die zijn kind wil leren lopen dit moet loslaten met de kans dat het valt, zo heeft God de mens de vrijheid gegeven eigen wegen te gaan. De keuze is aan de mens zich te bekleden met majesteit of de weg van vernietiging, as en rook te kiezen.Maar naast Gods verborgenheid en zwijgen bespeuren mensen, hoe paradoxaal dit ook is, tegelijkertijd Zijn aanwezigheid. Zonder Gods stille dragen zou de schepping niet voortbestaan.
Om het besef van Gods verborgen aanwezigheid steeds weer aan te scherpen, spreken Joden iedere dag bij het ochtendgloren deze zegenspreuk: 'Gezegend zijt Gij Eeuwige onze God, koning van de wereld, die het licht schept en duisternis schept, die vrede bewerkt en alles schept; Die de aarde en haar bewoners in barmhartigheid verlicht; en Die in Zijn goedheid elke dag opnieuw de werken van de schepping (In den beginne) vernieuwt.'
Gods verborgen maar scheppende aanwezigheid is voorwaarde voor het voortbestaan van de wereld. Overal bespeurt de Joodse mysticus die aanwezigheid. Wat je ook maakt, doet of denkt, alles bezit een dialogisch en religieus aspect. Kunst, schoonheid en religie zijn daarom in het jodendom onlosmakelijk met elkaar verbonden. Genieten van de wereld is een opdracht zoals blijkt uit dit gezegde van Rav (eerste helft derde eeuw): 'In de toekomst zal de mens verantwoording en rekenschap moeten afleggen voor al wat zijn oog heeft gezien en wat hij niet heeft genuttigd' (jKiddoesjien IV,12 [66d]. Dit genieten is evenwel niet een doel op zichzelf. In een oude rabbijnse traditie lezen wij: Een men s mag niets genieten (proeven) voordat hij een zegenspreuk uitspreekt, want er is gezegd: 'Aan de Eeuwige behoren de aarde en haar volheid toe, de wereld en haar bewoners' (Ps. 24:1; Tosefta berachot IV,1) Joodse kunst getuigt van de paradox van een voortdurende ontmoeting met God en van Zijn gelijktijdige afwezigheid. Kunst tracht gestalte te geven aan de tegenstrijdige ervaring van de mystieke vreugde over Gods stille aanwezigheid en van de pijn, die Zijn gelijktijdige verborgenheid teweegbrengt.

Beeldende kunst als taal van de stilte

De paradox van vreugde en verdriet, aanwezigheid en verborgenheid, geloof en vertwijfeling wil ik als kunstenaar net als vele anderen door mijn werk tot uitdrukking brengen. In een tijd, waarin mensen onder een overstelpende hoeveelheid woorden bedolven worden, spreekt de stem van het verstilde beeld van het kunstwerk vaak indringender tot het hart. Over de stilte heeft de Joodse filosoof André Neher dit geschreven: ' ... Psalm 62 (2) leert al degenen die sidderen tegenover de Goddelijke oneindigheid dat er geen gevoeliger trillende snaar is om het verlangen van de ziel uit te drukken dan de stilte: Tot God siddert mijn ziel van stilte.
De commentator Meïr ben Gabbai heeft in de 13e eeuw van dit bijbelvers een ontroerende muzikale interpretatie gegeven. Als de snaren van twee instrumenten werkelijk overeen-stemmen, dan is het voldoende dat de ene trilt om de andere tot zingen te brengen. Hoe zou daarom, omdat God stilte is, het samenklinken van de ziel met God zich anders kunnen uitdrukken dan door de stilte?' (André Neher, De ballingschap van het Woord, vert. J. Faber, Baarn 1992, p. 17).Die stilte past juist daar waar antwoorden te kort schieten, daar waar spreken als vanzelf een dwaasheid wordt. Met beeldende kunst kun je dingen zeggen die je niet met de mond kunt uitspreken.

MARCUS VAN LOOPIK

ZIE VERDER IN: Joodse beeldentaal Marcus van Loopik



 
                     

canandanann  25-12-07

 

akker2.jpg (50821 bytes)